het lege nest syndroom

Het lege nest

“Schoolbag in hand, she leaves home in the early morning, waving goodbye with an absent minded smile. I watch her go, with a surge of that well-known sadness, and I have to sit down for a while”

Met haar schooltas in de hand verlaat ze ’s ochtends vroeg het huis, zwaaiend met een afwezige glimlach. Ik kijk haar na, met een golf van dat welbekende verdriet, en ik moet even gaan zitten.

‘Slipping through my fingers, ABBA’

Zelluf doen

Dit liedje van ABBA speelt af en toe door mijn hoofd de laatste tijd. Mijn dochter wordt groot; bijna elf jaar alweer. En ze heeft besloten dat ze best alleen naar school kan fietsen. Slik: het is 6 kilometer en ze moet de stad door in het drukke ochtendverkeer. Ik weet dat ze het best zelf kan, we hebben het samen al heel vaak gefietst, ze kent de weg en ik weet dat ze goed uitkijkt. Maar toch, als ik dat ranke figuurtje weg zie fietsen houd, ik elke keer even mijn hart vast. Een gevoel dat heel veel ouders zullen herkennen denk ik.

Nee, mijn nest is nog lang niet leeg, maar ik ken al wel een beetje het gevoel van afscheid dat elke keer komt bij een overgang van je kind naar nog meer zelfstandigheid. Van ‘zelluf doen’ bij het schoenen aantrekken, naar eigen kleren uitkiezen naar zelf naar school fietsen, naar eigen beslissingen nemen over school en studie en uiteindelijk: op zichzelf gaan wonen.

In het boek ‘Het lege nest’ beschrijven Deirdre Enthoven en Dorine van der Wind het gevoel van veel ouders in deze fase. Met psychologische inzichten en praktische handvatten voor de ‘lege-nester’ aan de hand van de nieuwste wetenschappelijke inzichten en interviews met experts, ouders én kinderen” staat op de achterflap te lezen.

Een dubbel gevoel

Hoofdstuk één begint met het  stellen dat het lege-nest’syndroom’ niet bestaat en dat spreekt me wel aan. Het leven kent veel momenten en fases die moeilijk, pijnlijk of lastig kunnen zijn. Dat is nog geen reden om er een diagnose, pathologie, of een behandeling aan te hangen. Liever spreken de schrijfsters van de lege-nest-blues;  een gevoel van afscheid, een periode van los moet laten.

En in die periode blijken veel ouders een dubbel gevoel te hebben. Aan de ene kant is er het weemoedige gevoel van dat de kindertijd nu echt voorbij is, dat ze groot zijn, de fase van ‘het gezin’ ligt achter je.

Wat helpt in zo’n fase is je gedachten en gevoelens delen met anderen, merken dat je niet de enige bent. En dat is wat dit boek biedt. Er is ruimte voor de moeilijke kanten, zoals het feit dat het gezinsleven ophoudt, wat maakt dat je moet zoeken naar een nieuwe invulling en een nieuwe balans.

Er komt meer tijd en ruimte

Maar er is ook de kant van het ervaren van meer ruimte voor jezelf. Een vader vertelt: ‘het heeft ook voordelen dat de kinderen weg zijn. De rust in huis en de vrijheid om te doen en laten wat wij willen is heel fijn’.

Dat brengt ook met zich mee dat voor veel stellen duidelijk wordt dat de focus nu meer komt te liggen op de partnerrelatie. “Vaak zijn kinderen het cement in de ouderrelatie, als dat wegvalt of losser wordt kan dat tot problemen leiden”. Er schijnt zoiets te zijn als de ‘grijze scheiding’: stellen die er achter komen dat ze buiten de kinderen niet zoveel meer hebben samen, dat ze uit elkaar zijn gegroeid en de weg terug naar elkaar niet meer kunnen vinden.

Voor andere stellen geldt dat ze weer naar elkaar toe groeien en genieten van de aandacht die ze voor zichzelf en elkaar kunnen hebben.

Het lege nest is anders dan vroeger

De band die ouders en kinderen hebben is tegenwoordig over het algemeen hechter dan ze vroeger was. Er is meer aandacht voor emoties en ouders zijn betrokken bij het leven van hun kinderen. Het kan daarom ook moeilijker zijn om die band losser te maken.

Als de kinderen van tegenwoordig het huis uit zijn, wordt er nog veel contact onderhouden beschrijft het boek. Appjes en foto’s worden regelmatig gedeeld. Kinderen komen thuis op bezoek en gaan vaak ook nog mee op vakantie. In het boek komen ook wat volwassen kinderen aan het woord die vertellen dat ze het zo sneu voor hun ouders vinden; ze merken dat ze gemist worden en bellen dan toch maar weer wat vaker. 

Vaders

Het lege nest gevoel wordt meestal met moeders geassocieerd. Maar in het boek wordt ook een hoofdstuk gewijd aan hoe vaders het beleven, ook zíj hebben last van de blues. Opvallend vond ik dat vaders er meer door overvallen worden dan moeders. Vaders staan vaak wat verder af van het wel en wee van hun kinderen, zien het niet zo aankomen. Als het dan zover is kunnen ze verrast zijn door het gemis.

Niet-westers

Ook een interessant hoofdstuk: het lege nest in andere culturen.  In niet-westerse migrantengezinnen is de cultuur vaak anders: je blijft thuis wonen tot je een eigen gezin gaat stichten. Je zorgt voor elkaar en het is gebruikelijk dat er meerdere generaties in één huis wonen.

Een boeiend boek

Al met al denk ik dat dit een boeiend  boek is als je (bijna) zover bent dat je kinderen het huis uit gaan. Als voorbereiding, je gedachten erover laten gaan: heb ik een eigen invulling in mijn leven, hoe staat het met de relatie met mijn partner, hoe wil ik de band met mijn kinderen onderhouden. Ook worden er tips gegeven hoe je je kunt voorbereiden, hoe je kunt omgaan met je emoties en welke rituelen waardevol zijn om de periode te markeren. Maar ook als je nest al leeg is: herkenning hoe anderen het beleven kan altijd fijn zijn.

Geef een reactie