Als kind in de ouder-rol: over parentificatie

Zorg en aandacht hebben voor jezelf, dat is iets dat veel van mijn cliënten erg moeilijk vinden. Het is ook vaak de reden dat ze bij mij komen: ze zijn uitgeput geraakt van het zorgen voor anderen, zijn verdrietig en soms ook boos. Ze willen ook aandacht en zorg, maar krijgen dat niet of niet genoeg en al helemaal niet van zichzelf.

Veel van deze vrouwen hebben iets meegemaakt wat ‘parentificatie’ heet. Het betekent dat je als kind verantwoordelijkheid hebt gedragen voor het welzijn van je ouders en zo geleerd hebt dat je voor anderen moet zorgen om er te mogen zijn of je iets waard te voelen.

Hoe gaat dat in zijn werk: verantwoordelijkheid dragen voor het welzijn van je ouders? Soms heel expliciet, zoals wanneer een van je ouders ziek wordt en je als kind een deel van de zorg op je neemt. In zo’n geval is het heel duidelijk dat je als kind een verantwoordelijkheid draagt die eigenlijk te groot is en die je belemmert om kind te zijn, te spelen en de zorg van je ouders te krijgen die je nodig hebt. Dit hoeft op zich niet zo’n probleem te zijn, als je als kind maar waardering krijgt voor je inspanningen en als de situatie maar niet te lang voortduurt.

Maar heel vaak is het niet zo zichtbaar als een kind voor haar ouders zorgt en krijgt ze er dus ook geen waardering voor. Meestal is er dan sprake van dat ze zorgt voor het emotioneel welzijn van (een van) de ouders in plaats van het lichamelijk welzijn. Dit zijn zo wat voorbeelden die ik in mijn praktijk tegen kom:

“Mijn vader dronk nogal fors. Ik schaamde voor hem, voor hoe hij zich af en toe gedroeg waar anderen bij waren. Ik wilde zorgen dat mijn vader zich beter voelde, maar ik wist niet zo goed hoe. Tegelijkertijd wilde ik het voor de buitenwereld verborgen houden. Hij was er nooit voor mij. Mijn moeder had het er ook moeilijk mee zodat ik haar niet extra wilde belasten met mijn problemen. Ik kon nergens heen met mijn verhaal”.

“Mijn moeder kon de scheiding van mijn vader niet goed verwerken en vertelde mij vaak over hoe rot ze zich daarover voelde. Ik probeerde er voor haar te zijn maar ik wist eigenlijk nooit zo goed wat ik moest zeggen of doen. En ik voelde me ook rot naar mijn vader toe want ik hield ook van hem en ik had het gevoel partij te moeten kiezen”.

“Mijn moeder moest vroeger altijd ‘ontzien’ worden. Waarom is nooit helemaal duidelijk geworden, het was taboe. Soms werden er toespelingen gemaakt ‘dat moeder het vroeger thuis niet gemakkelijk had gehad’. Ik heb heel erg geleerd mijn antennes uit te zetten naar hoe het met mijn moeder ging en me daaraan aan te passen. Ik heb geleerd mijn zaakjes zelf op te knappen en van mijn moeder geen zorg en aandacht te verwachten”.

Uit de voorbeelden blijkt dat ‘zorgen voor je ouders’ soms heel indirect is: bijvoorbeeld door geen aandacht te vragen, ‘braaf’ te zijn, je ouders niet ‘lastig te vallen’ met jouw behoeften. Een belangrijk kenmerk van geparentificeerde kinderen is dat je leert je aandacht op de ‘ander’ te richten en je daarnaar te voegen. Je leert niet hoe je op een gezonde manier aandacht voor jezelf kunt hebben. Wat kunnen daar de gevolgen van zijn?

· Je hebt te weinig aandacht voor jezelf en daardoor ken je jezelf eigenlijk niet. Je weet niet wat je wilt.

· Je weet niet wat zorg en aandacht is voor jezelf of hoe je daar vorm aan zou moeten geven

· Je voelt je schuldig en egoïstisch als je iets voor jezelf doet.

· Je vindt het moeilijk om hulp te vragen, knapt het liever zelf op.

· Je kiest een partner die op je leunt, om dat je hebt geleerd dat dat is hoe het gaat in relaties

· Omdat je zo automatisch je aandacht op de ander richt en er voor hem of haar wilt zijn, verzamel je een netwerk om je heen van mensen die zich afhankelijk van je voelen.

Door al deze dingen kom je structureel te kort. Op het moment dat je dat gaat merken doordat je uitgeput of boos bent, heb je heel hard aandacht en zorg nodig. Maar dat was nou juist het probleem: Je hebt nooit geleerd wat dat betekent en hoe je ervoor kunt zorgen.

De midlife is bij uitstek een periode waarin je uitgeput en uitgeblust kan raken door het altijd maar gericht zijn op anderen. Omdat je het al zo lang doet of omdat je dan de veerkracht niet meer hebt om het te doen. Soms is het omdat er op het werk of privé dingen gebeuren die zoveel van je vragen dat je een burn-out krijgt. Het kan ook zijn dat de zorg voor je ouders (waaraan je je misschien wel ontworsteld) weer terugkomt, maar nu omdat ze hulpbehoevend zijn geworden.

Herken jij jezelf hierin? Misschien ben jij in je jeugd wel te veel verantwoordelijk geweest voor je ouders waardoor je niet geleerd hebt voor jezelf te zorgen. De eerste stap om dat te veranderen is bewustwording: herkennen dat je dit hebt meegemaakt en wat het heeft betekend in je leven. Als je meer wilt lezen over parentificatie is het boek: “Te vroeg volwassen” van Marinka Kamphuis een aanrader. Hierin legt ze op een toegankelijke manier uit wat parentificatie is en wat voor gevolgen je ervan kunt ondervinden.

De volgende stap is aandacht gaan geven aan en zorgen voor jezelf. Hoe je dat doet: daarover schrijf ik in een volgend blog.

Een gedachte over “Als kind in de ouder-rol: over parentificatie

Geef een reactie